ECLI:NL:CRVB:2024:615

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 maart 2024
Publicatiedatum
2 april 2024
Zaaknummer
19/438 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep in WIA-zaak

Appellante stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake de WIA. Tijdens de procedure nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.

De Raad benoemde een deskundige en heropende het onderzoek, maar na intrekking van het hoger beroep werd het onderzoek gesloten zonder verdere zitting. De Raad beoordeelde de redelijkheid van de kosten die appellante had gemaakt voor rechtsbijstand, reiskosten en het opvragen van medische informatie.

De nota van de medisch adviseur kwam niet voor vergoeding in aanmerking wegens het ontbreken van een schriftelijk verslag. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van een totaalbedrag van €4.278,93 aan proceskosten en daarnaast tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €174.

De uitspraak bevestigt dat bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, de kosten redelijkerwijs gemaakt door de indiener van het beroep vergoed kunnen worden.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van €4.278,93 aan proceskosten en €174 aan griffierecht aan appellante.

Uitspraak

19.438 WIA

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 20 december 2018, 18/3921 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 27 maart 2024
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. W.P.J.M. van Gestel hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 september 2020. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Van Gestel. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Z. Seyban.
De Raad heeft het onderzoek heropend. Partijen hebben nadere reacties ingediend.
De Raad heeft een deskundige, verzekeringsarts R. Ouwens, benoemd. De deskundige heeft op 20 oktober 2022 een rapport uitgebracht.
Op 22 december 2022 heeft het Uwv een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 6 maart 2023 heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een nader onderzoek ter zitting achterwege gebleven. Vervolgens is het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb gesloten.

OVERWEGINGEN

1.1.
In artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
1.2.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken, omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 22 december 2022 volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen. Het Uwv heeft daarbij ook de proceskosten in bezwaar vergoed.
1.3.
Er is aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten voor de aan appellante verleende rechtsbijstand worden ingevolge het
Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 1.750,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 875,-) en € 2.187,50 in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting en 0,5 punt voor een schriftelijke zienswijze na deskundigenonderzoek met een waarde per punt van € 875,-). Daarnaast komen de reiskosten openbaar vervoer ten bedrage van € 30,40 voor vergoeding in aanmerking. Ook de kosten die appellante heeft moeten maken voor het opvragen van medische informatie bij Alrijne Ziekenhuis van € 99,24, bij GGZ Rivierduinen van € 99,24, bij Maasziekenhuis Pantein van € 102,96 en bij Huisartsenpraktijk Prelude van € 9,59 komen voor vergoeding in aanmerking. Deze kosten bedragen in totaal € 311,03‬ inclusief omzetbelasting.
1.4.
De nota van medisch adviseur mr. G.J. Kruithof van 24 oktober 2018 ten bedrage van € 2.138,07 ter zake van verzekeringsgeneeskundig deskundigenonderzoek komt niet voor vergoeding in aanmerking, omdat noch in beroep noch in hoger beroep is gebleken van een schriftelijk verslag van Kruithof (zie de uitspraak van de Raad van 18 september 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AF0207).
1.5.
Het totaalbedrag van de te vergoeden proceskosten aan appellante door het Uwv bedraagt € 4.278,93.
2. Tevens bepaalt de Raad dat het Uwv het betaalde griffierecht in beroep en hoger beroep dient te vergoeden, in totaal € 174,-.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 4.278,93;
- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 174,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door M.E. Fortuin, in tegenwoordigheid van R. Jansen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2024.
(getekend) M.E. Fortuin
(getekend) R. Jansen