ECLI:NL:CRVB:2024:461
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens te lang verblijf in het buitenland zonder acute noodsituatie
In deze zaak staat de intrekking van bijstand centraal op grond van artikel 13, eerste lid, aanhef en onder e, van de Participatiewet (PW). Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam trok de bijstand van appellant met ingang van 23 juli 2022 in, omdat appellant langer dan vier weken in het buitenland verbleef. Appellant voerde aan dat hij vanwege zijn medische toestand, waaronder chronische psychische problemen, in een acute noodsituatie verkeerde die alleen met bijstand kon worden verholpen.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond. Zij oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij zich in een acute noodsituatie bevond, noch dat hij tijdens zijn verblijf in Egypte in behoeftige omstandigheden verkeerde die enkel met bijstand konden worden verholpen. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en bevestigt de intrekking van de bijstand.
Het in hoger beroep overgelegde verslag van een GZ-psycholoog gaf wel inzicht in de problematiek en beperkingen van appellant, maar leidde niet tot een ander oordeel over de aanwezigheid van een acute noodsituatie. De Raad wijst het hoger beroep af en kent geen proceskostenvergoeding toe aan appellant.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellant niet aannemelijk maakte dat hij zich in een acute noodsituatie bevond.