ECLI:NL:CRVB:2024:403
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na beoordeling beperkingen en geschikte functies
Appellante was ziekgemeld vanwege knieklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 12 augustus 2019, omdat zij met de geselecteerde functies meer dan 65% van haar laatstverdiende loon kon verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies passend waren.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij door haar knieklachten niet in staat was om de functies uit te oefenen en overlegde medische stukken van de Sint Maartenskliniek. De Centrale Raad van Beroep volgde dit niet en stelde vast dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen juist had ingeschat en dat de medische stukken geen aanleiding gaven tot een andere conclusie.
De Raad bevestigde dat de geselecteerde functies geschikt zijn en dat appellante niet meer dan 65% van haar loon kan verdienen in deze functies. Het hoger beroep werd verworpen, waardoor de beëindiging van de ZW-uitkering in stand bleef. Appellante kreeg geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De beëindiging van de ZW-uitkering per 12 augustus 2019 wordt bevestigd.