Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 21 april 2021 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van een thuiskweekinstallatie voor medicinale cannabis, omdat hij fysieke en psychische klachten heeft die alleen met zelfgekweekte cannabis te bestrijden zijn. De aanvraag werd door het dagelijks bestuur afgewezen vanwege het verbod op thuiskweek volgens de Opiumwet en het ontbreken van een ontheffing. De rechtbank verleende echter alsnog bijzondere bijstand, stellende dat er sprake was van een acute noodsituatie.
Het dagelijks bestuur ging in hoger beroep en stelde dat het niet kan worden verplicht om bijzondere bijstand te verlenen voor iets dat wettelijk verboden is en niet wordt gedoogd door de burgemeester. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de verboden in de Opiumwet onverkort gelden, en dat het college niet kan worden verplicht om financiële middelen te verstrekken die indirect bijdragen aan strafbare feiten.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Betrokkene krijgt geen vergoeding voor proceskosten. De Raad benadrukte dat anders dan in eerdere gevallen geen sprake is van een gedoogsituatie, aangezien de burgemeester expliciet handhaving heeft aangekondigd en geen ontheffing heeft verleend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en bijzondere bijstand voor de thuiskweekinstallatie wordt afgewezen.