ECLI:NL:CRVB:2024:343
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate arbeidsongeschiktheid en WGA-vervolguitkering
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin de mate van zijn arbeidsongeschiktheid per 1 juni 2022 werd vastgesteld op 54,85%. Hij stelt dat zijn beperkingen groter zijn en dat hij de geselecteerde functies niet kan vervullen. De rechtbank Gelderland heeft het beroep ongegrond verklaard en het besluit in stand gelaten.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat zijn pijnklachten sinds 2022 fors zijn toegenomen en heeft hij een verklaring van een anesthesioloog-pijnspecialist overgelegd. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat deze verklaring geen nieuwe gezichtspunten bevat die relevant zijn voor de datum in geding en dat de medische beoordeling door de verzekeringsartsen zorgvuldig en juist is uitgevoerd.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de geselecteerde functies passend zijn en dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht is vastgesteld. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 54,85% per 1 juni 2022 wordt bevestigd.