ECLI:NL:CRVB:2024:323
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid hoger beroepen wegens ontbreken gronden en niet betalen griffierecht
Appellante heeft sinds eind 2020 meer dan tien keer verzocht om uitstel van behandeling van haar hoger beroep, vaak zonder verifieerbaar bewijs van verhindering. De Raad heeft deze verzoeken tot begin 2023 gehonoreerd, maar daarna uitdrukkelijk medegedeeld dat geen verdere uitstel meer zou worden verleend. Ondanks dit is appellante niet verschenen bij de zitting van 7 februari 2024 en heeft zij meerdere wrakingsverzoeken ingediend die allen zijn afgewezen, waarbij ook een wrakingsverbod is uitgesproken.
De hoger beroepen geregistreerd onder nummers 23/1256 WSF en 23/1622 WSF zijn eveneens niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante geen gronden heeft ingediend en het griffierecht niet heeft voldaan. Verzoeken om griffierechtvrijstelling zijn afgewezen en uitstel voor het indienen van gronden is eenmalig verleend, met de waarschuwing dat het uitblijven van gronden tot niet-ontvankelijkheid kan leiden.
De Raad stelt vast dat appellante ondanks herhaalde kennisgevingen en waarschuwingen geen maatregelen heeft getroffen om de zittingen bij te wonen of haar bezwaren inhoudelijk te onderbouwen. De Raad bevestigt de aangevallen uitspraken en ziet geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Hoger beroepen van appellante worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en niet betalen van griffierecht.