ECLI:NL:CRVB:2024:29
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- A.M. Overbeeke
- J.E. Jansen
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstand wegens niet-melding van auto op naam appellant
Appellant ontving sinds 2008 bijstand en had sinds 1 februari 2022 een auto met een waarde van €16.250 op zijn naam staan, zonder dit te melden aan het college. Het college trok daarom de bijstand in per 25 februari 2022 en wees een nieuwe aanvraag af. Na bezwaar wijzigde het college de intrekking in beëindiging per 20 april 2022. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant voerde aan dat de auto niet van hem was en dat het recht op bijstand wel vastgesteld kon worden. De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden door de auto niet te melden. Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij niet over het vermogen beschikte, mede omdat zijn verklaringen niet consistent waren en onvoldoende concreet onderbouwd.
Gelet op de waarde van de auto en het gebrek aan duidelijkheid over de overdracht, kon niet worden vastgesteld of appellant na de overdracht in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de beëindiging van de bijstand bevestigd. Appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De bijstand van appellant wordt beëindigd wegens schending van de inlichtingenverplichting over het bezit van een auto.