ECLI:NL:CRVB:2024:2457
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in sociale zekerheidsprocedures
Verzoekster heeft een schadevergoeding gevraagd wegens overschrijding van de redelijke termijn in procedures over twee afwijzingen van bijstandsaanvragen. De Raad stelt dat de redelijke termijn eindigt op het moment van het bereiken van een schikking, wat in deze zaak op 25 september 2024 plaatsvond.
De procedures betroffen twee vrijwel aansluitende perioden en dezelfde juridische grondslag, waardoor de Raad geen aanleiding ziet om de vergoeding te baseren op twee afzonderlijke overschrijdingen. De overschrijding bedroeg ruim twee jaar vanaf het eerste bezwaarschrift in september 2018.
De Raad kent daarom een vergoeding van €2.500 toe aan verzoekster en veroordeelt de Staat in de proceskosten. De zaak is zonder zitting behandeld omdat partijen geen behoefte hadden aan een mondelinge behandeling.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van €2.500 schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.