ECLI:NL:CRVB:2024:2449
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Tozo wegens niet voldoen aan urencriterium en zelfstandigheid
Appellant, ingeschreven als eenmanszaak in de groothandel in werkkleding, vroeg algemene bijstand aan op grond van de Tozo-5 voor de periode 1 juli 2021 tot en met 30 september 2021. Het college wees de aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan het urencriterium van 1.225 uur per jaar en zijn bedrijf niet levensvatbaar zou zijn. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland die het besluit bevestigde, stelde appellant hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad beoordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij in 2019 het urencriterium had gehaald. Hoewel appellant een zelf opgesteld urenoverzicht over 2019 overlegde, ontbraken objectieve en verifieerbare gegevens ter ondersteuning. Bovendien had appellant zichzelf in de belastingaangifte van 2019 niet als ondernemer aangemerkt en geen zelfstandigenaftrek toegepast, wat een sterke aanwijzing is dat hij niet aan het urencriterium voldeed.
Het college handhaafde de subsidiaire grondslag van niet-levensvatbaarheid niet meer, zodat dit niet meer ter beoordeling stond. De Raad bevestigde dat eerdere toekenningen van Tozo-uitkeringen niet automatisch recht geven op latere uitkeringen, vooral omdat bij Tozo-5 strenger wordt getoetst. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag gehandhaafd. Appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De aanvraag om Tozo-5 is terecht afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij voldoet aan het urencriterium en niet als zelfstandig ondernemer wordt beschouwd.