Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2024:2328

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 november 2024
Publicatiedatum
11 december 2024
Zaaknummer
23/2509 PW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet tijdig ingediend hoger beroepschrift in bestuursrechtelijke zaak

De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 10 juli 2023. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingediend. Appellant heeft hiertegen verzet ingesteld, dat op 16 oktober 2024 is behandeld.

De gemachtigde van appellant voerde aan dat de beroepstermijn pas zou moeten lopen vanaf de feitelijke ontvangst van de uitspraak, en dat hij afhankelijk was van betrokkene en de bewindvoerder, die niet altijd goed bereikbaar was. De Raad stelt echter dat de beroepstermijn van zes weken begint de dag na de bekendmaking van de uitspraak, die per aangetekende post op 14 juli 2023 is verstuurd, waardoor de termijn op 25 augustus 2023 afliep.

De Raad benadrukt dat een professionele gemachtigde bekend behoort te zijn met deze regels en dat de omstandigheden van bereikbaarheid geen invloed hebben op de termijn. Bovendien had een pro-forma beroepschrift tijdig ingediend kunnen worden om de termijn te waarborgen. Daarom wordt het verzet ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard wegens te late indiening.

Uitspraak

Datum uitspraak: 27 november 2024
23/2509 PW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank MiddenNederland van 10 juli 2023, UTR 23/215 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht (college)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 5 maart 2024 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep te laat was ingediend.
Appellant heeft verzet ingediend.
Het verzet is op zitting behandeld op 16 oktober 2024. Gemachtigde van appellant is online verschenen. Het college is niet verschenen.

OVERWEGINGEN

De gemachtigde van appellant heeft op de zitting aangevoerd dat appellant de aangetekende uitspraak van de rechtbank op 17 juli 2023 heeft ontvangen. De beroepstermijn zou dan door moeten lopen tot maandag 28 augustus 2023. De gemachtigde van appellant stelt dat de aanvang van de beroepstermijn gekoppeld is aan de feitelijke bekendmaking van de aangevallen uitspraak. Verder stelt de gemachtigde van appellant dat hij ook afhankelijk is van betrokkene en ook dat de bewindvoerder niet altijd even goed bereikbaar is.
De termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift bedraagt 6 weken (42 dagen) (artikel 6:7 Awb Pro). De termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak is bekendgemaakt (artikel 6:8 Awb Pro).
De aangevallen uitspraak is door de rechtbank per aangetekende post verstuurd op 14 juli 2023. In dit geval begint de beroepstermijn op zaterdag 15 juli 2023 om 00:00 uur. De beroepstermijn loopt in dit geval dan af op vrijdag 25 augustus 2023 (na 23:59 uur).
“Met ingang van” een bepaalde dag moet worden begrepen als: bij het begin van die dag, in dit geval dus op zaterdag 15 juli 2023 om 00:00 uur. [1] Op vrijdag 25 augustus 2023 na het verstrijken van 23:59 uur, zijn de 42 dagen verstreken.
De Raad overweegt dat de gemachtigde van appellant een professionele gemachtigde is met juridisch kennis. De Raad verwacht dat een professionele gemachtigde bekend is met de regels over de aanvang en afloop van een hoger beroepstermijn.
De stelling dat de gemachtigde van appellant afhankelijk is van betrokkene en dat de bewindvoerder niet altijd even goed bereikbaar is, maakt op dit punt geen verschil. De gemachtigde van appellant had immers een pro-forma beroepschrift kunnen indien om de beroepstermijn veilig te stellen.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.C. Boeree , in tegenwoordigheid van N.B. Yalçınkaya als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 november 2024.
(getekend) J.C. Boeree
De griffier is verhinderd te ondertekenen

Voetnoten

1.Zie uitspraak van 10 december 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY5827.