Uitspraak
PROCESVERLOOP
mr. M. Sluijs.
OVERWEGINGEN
Inleiding
WIA-uitkering toe te kennen, omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding in februari 2018 en werd door het UWV als minder dan 35% arbeidsongeschikt beoordeeld. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelden beperkingen vast en selecteerden passende functies, waarop het UWV de uitkering weigerde. Appellant betwistte de medische beoordeling en de geschiktheid van de functies.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat de medische rapporten zorgvuldig waren en dat de arbeidskundige motivering voldoende was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn bewegingsangst, pijnklachten en slaapstoornissen onvoldoende waren meegewogen en dat een urenbeperking noodzakelijk was.
De Raad oordeelt dat de medische beoordeling juist is, dat bewegingsangst geen ziekte is en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst adequaat zijn vastgesteld. De urenbeperking is passend en verdergaande beperkingen zijn niet onderbouwd. De arbeidskundige selectie van functies is voldoende gemotiveerd.
Het hoger beroep wordt verworpen, de weigering van de WIA-uitkering blijft van kracht en appellant ontvangt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.