ECLI:NL:CRVB:2024:2300
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens niet-duurzaam ontbreken arbeidsvermogen
Appellant vroeg op 14 juli 2020 een Wajong-uitkering aan omdat hij op zijn achttiende verjaardag geen arbeidsvermogen zou hebben door PTSS, ADHD en een lichte verstandelijke beperking. Het UWV weigerde de uitkering omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam was, gezien de mogelijkheid tot herstel met behandeling en begeleiding.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het onderzoek van verzekeringsartsen zorgvuldig was en dat behandeling mogelijk bleef. Appellant stelde in hoger beroep dat het ontbreken van arbeidsvermogen wel duurzaam was en dat het UWV het stappenplan niet correct had gevolgd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht het besluit handhaafde. De Raad bevestigde dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam was omdat er concrete aanwijzingen waren voor verbetering door multidisciplinaire behandeling en begeleiding. De Raad vond de beoordeling van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige deugdelijke en voldoende onderbouwd.
De Raad wees ook op het beoordelingskader uit het Compendium Participatiewet en stelde dat het UWV aannemelijk had gemaakt dat appellant op termijn arbeidsvermogen kan ontwikkelen. De latere situatie waarin appellant weinig meewerkt deed hieraan niet af. Het hoger beroep werd verworpen en de weigering van de Wajong-uitkering bleef in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens niet-duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen.