ECLI:NL:CRVB:2024:23
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag bijzondere bijstand voor airconditioner wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft herhaaldelijk bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van een airconditioner. De eerste aanvraag in 2018 werd afgewezen omdat geen sprake was van noodzakelijke kosten. Na een eerdere afwijzing en bevestiging door rechtbank en Raad, diende appellant in 2020 een nieuwe aanvraag in die door het college als herhaalde aanvraag werd aangemerkt en eveneens werd afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep heeft in hoger beroep beoordeeld of er sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden in de zin van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Appellant stelde dat de hogere temperaturen in de zomer en het niet kunnen reserveren vanwege een saneringskrediet nieuwe omstandigheden vormden.
De Raad oordeelde dat deze omstandigheden niet nieuw of relevant zijn omdat de hogere temperaturen al eerder waren aangevoerd en het saneringskrediet niet afdoet aan het eerdere besluit dat de airconditioner niet noodzakelijk is. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde aanvraag bijzondere bijstand voor een airconditioner wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.