Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2024:2229

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 november 2024
Publicatiedatum
26 november 2024
Zaaknummer
23/2603 WMO15-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot nihilstelling bijdrage maatwerkvoorziening wegens ontbreken procesbelang

Appellante heeft een maatwerkvoorziening ontvangen in de vorm van hulp bij het huishouden. Voor de periodes maart 2020 en juni 2020 tot en met april 2021 heeft het CAK een bijdrage vastgesteld. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluitvorming. Vervolgens heeft het CAK met facturen van februari 2022 de bijdrage over de periode in geding gecorrigeerd en op nihil gesteld, waardoor appellante geen bijdrage meer hoefde te betalen.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het besluit van het CAK niet-ontvankelijk, omdat appellante geen procesbelang had bij een inhoudelijke beslissing. Appellante had immers bereikt wat zij wilde, namelijk de nihilstelling van de bijdrage, en had geen bezwaarkosten gemaakt.

In hoger beroep voerde appellante aan dat zij wel procesbelang had omdat de besluitvorming onrechtmatig zou zijn, en dat zij alleen had ingestemd met het afzien van een hoorzitting vanwege een mededeling over proceskosten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het bereiken van het gewenste resultaat (nihilstelling van de bijdrage) het ontbreken van procesbelang bevestigt en dat het stellen van onrechtmatigheid onvoldoende is om dit te veranderen.

De Raad bevestigt daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. Appellante krijgt ook het betaalde griffierecht niet terug.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen omdat appellante geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van de besluitvorming.

Uitspraak

23/2603 WMO15-PV
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 18 juli 2023, 22/1305 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
CAK
Datum uitspraak: 13 november 2024
Zitting hebben: L.M. Tobé, als voorzitter, J. Brand en K.M.P. Jacobs als leden van de meervoudige kamer.
Griffier: S.S. Blok
Appellante en haar gemachtigde, mr. A. Saakjan, zijn niet verschenen. Het CAK heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Boersma.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Aan appellante is een maatwerkvoorziening verstrekt, bestaande uit hulp bij het huishouden. Voor maart 2020 en voor juni 2020 tot en met april 2021 (periode in geding) heeft het CAK een bijdrage vastgesteld. Tegen de besluitvorming hierover heeft appellante bezwaar gemaakt. Met de facturen van 25 februari 2022 heeft het CAK de bijdrage over de periode in geding gecorrigeerd. Hierdoor hoefde appellante geen bijdrage meer te betalen over de periode in geding. Met een besluit van 25 mei 2022 heeft het CAK het bezwaar nietontvankelijk verklaard.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat appellante geen procesbelang heeft bij een inhoudelijk beslissing. Appellante heeft gekregen wat zij wilde bereiken en zij heeft geen voor vergoeding in aanmerking komende bezwaarkosten gemaakt.
Het standpunt van appellante
3. Appellante heeft aangevoerd wel procesbelang te hebben bij een beoordeling van de besluitvorming, omdat de besluitvorming van het CAK onrechtmatig is. Daarnaast is aangevoerd dat appellante in de bezwaarfase alleen ingestemd heeft met het afzien van een hoorzitting, omdat een medewerker van het CAK heeft gezegd dat de proceskosten worden toegekend conform de Algemene wet bestuursrecht.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank het beroep terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. [1]
4.1.
Dat wat appellante wilde bereiken, een nihilstelling van haar bijdrage over de periode in geding, heeft zij bereikt. Dat appellante vastgesteld wil hebben dat de besluitvorming onrechtmatig is, is onvoldoende om procesbelang aan te nemen. Nu van bezwaarkosten geen sprake is geweest, kan hierin reeds daarom geen procesbelang bestaan.

Conclusie en gevolgen

5. De conclusie is dus dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. Appellante krijgt ook het betaalde griffierecht niet terug.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter van de meervoudige kamer
(getekend) S.S. Blok (getekend) L.M. Tobé

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 8 april 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:9887, over de manier waarop de Raad het procesbelang beoordeelt.