ECLI:NL:CRVB:2024:2229
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot nihilstelling bijdrage maatwerkvoorziening wegens ontbreken procesbelang
Appellante heeft een maatwerkvoorziening ontvangen in de vorm van hulp bij het huishouden. Voor de periodes maart 2020 en juni 2020 tot en met april 2021 heeft het CAK een bijdrage vastgesteld. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluitvorming. Vervolgens heeft het CAK met facturen van februari 2022 de bijdrage over de periode in geding gecorrigeerd en op nihil gesteld, waardoor appellante geen bijdrage meer hoefde te betalen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het besluit van het CAK niet-ontvankelijk, omdat appellante geen procesbelang had bij een inhoudelijke beslissing. Appellante had immers bereikt wat zij wilde, namelijk de nihilstelling van de bijdrage, en had geen bezwaarkosten gemaakt.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij wel procesbelang had omdat de besluitvorming onrechtmatig zou zijn, en dat zij alleen had ingestemd met het afzien van een hoorzitting vanwege een mededeling over proceskosten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het bereiken van het gewenste resultaat (nihilstelling van de bijdrage) het ontbreken van procesbelang bevestigt en dat het stellen van onrechtmatigheid onvoldoende is om dit te veranderen.
De Raad bevestigt daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. Appellante krijgt ook het betaalde griffierecht niet terug.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen omdat appellante geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van de besluitvorming.