ECLI:NL:CRVB:2024:2185
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing export Wajong-uitkering wegens ontbreken zwaarwegende redenen
Appellant, geboren in 1986, ontvangt sinds 2012 een Wajong-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Hij verzocht het UWV om zijn uitkering te mogen behouden bij verhuizing naar Duitsland, wat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de omstandigheden van appellant niet voldeden aan de criteria voor toepassing van de hardheidsclausule.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn vluchtgeschiedenis en de keuzes van zijn familie hem sociaal geïsoleerd en eenzaam maken, waardoor hij een objectieve en dwingende noodzaak heeft om naar Duitsland te verhuizen. De Raad overwoog dat deze persoonlijke omstandigheden onvoldoende zijn om het exportverbod te doorbreken. Het feit dat appellant een ambulante begeleider heeft en enkele sociale contacten, en dat zijn eenzaamheid subjectief is, weegt mee.
De Raad bevestigt dat het UWV terecht het verzoek tot export van de Wajong-uitkering heeft afgewezen. De hardheidsclausule is niet van toepassing omdat geen zwaarwegende redenen zijn aangetoond en het beëindigen van de uitkering geen aanmerkelijk nadeel oplevert. Het hoger beroep wordt verworpen en appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot export van de Wajong-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van zwaarwegende redenen.