Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
€ 138,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was sinds december 2020 ziekgemeld en ontving een ZW-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 15 februari 2022 na een eerstejaars beoordeling (EZWb), waarbij werd vastgesteld dat zij niet meer haar oude werk kon verrichten maar wel andere functies passend waren.
Na een nieuwe ziekmelding en WAZO-uitkering werd de ZW-uitkering vanaf 1 september 2022 geweigerd. Appellante maakte bezwaar, dat door het UWV ongegrond werd verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde dat de uitkering per 6 januari 2023 werd beëindigd, omdat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met medische beperkingen en de hersteldverklaring niet tijdig was geëffectueerd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij door somatische en psychische klachten niet in staat was de geselecteerde functies te verrichten. De Raad oordeelde echter dat de medische en arbeidskundige beoordeling, inclusief een gewijzigde Functionele Mogelijkhedenlijst van mei 2024, voldoende onderbouwd was en dat de functies passend zijn. De Raad bevestigde daarmee de rechtbankuitspraak.
Wel werd vastgesteld dat het UWV eerst in hoger beroep een afdoende medische en arbeidskundige motivering gaf, wat een schending van artikel 7:12 Awb Pro opleverde. Daarom werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante. De ZW-uitkering blijft per 6 januari 2023 beëindigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering per 6 januari 2023 en veroordeelt het UWV in de proceskosten.