ECLI:NL:CRVB:2024:2170
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen appellant
Appellant vroeg een Wajong-uitkering aan op grond van arbeidsongeschiktheid wegens psychische klachten. Het UWV weigerde deze uitkering omdat uit medisch en arbeidskundig onderzoek bleek dat appellant tussen zijn achttiende jaar en de daaropvolgende vijf jaren over arbeidsvermogen beschikte.
De rechtbank Rotterdam vernietigde aanvankelijk een besluit van het UWV en bepaalde dat een nieuwe beslissing moest worden genomen. Na aanvullend verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek handhaafde het UWV het besluit tot weigering. De rechtbank verklaarde dit besluit vervolgens ongegrond en liet het in stand.
Appellant voerde in hoger beroep geen nieuwe feiten of gronden aan die twijfel konden doen ontstaan over het oordeel van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige. De Raad onderschreef de zorgvuldigheid van het onderzoek en de motivering van het UWV en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd verworpen, waardoor de weigering van de Wajong-uitkering definitief bleef.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.