Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak staat de ingangsdatum van de aan appellant toegekende bijstand centraal. Het dagelijks bestuur had bijstand toegekend met ingang van 13 juli 2020, waarna appellant bezwaar maakte tegen deze ingangsdatum en het niet toekennen van een vergoeding voor de kosten van bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond voor de ingangsdatum en vernietigde het besluit alleen voor de arbeids- en re-integratieverplichtingen.
Appellant stelde dat er bijzondere omstandigheden waren die een eerdere ingangsdatum rechtvaardigden en dat hij recht had op een vergoeding van de kosten van bezwaar. De Raad oordeelde dat geen sprake was van bijzondere omstandigheden, omdat eerdere afgewezen aanvragen zonder huisbezoek dit niet rechtvaardigen. Ook was er geen grond voor vergoeding van kosten, aangezien het besluit niet herroepen was voor het betwiste deel.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard, de eerdere uitspraak bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht. De uitspraak is gedaan door P.W. van Straalen en uitgesproken op 5 november 2024.
Uitkomst: De ingangsdatum van de toegekende bijstand blijft ongewijzigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.