ECLI:NL:CRVB:2024:1966
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor tandartskosten in Turkije wegens territorialiteitsbeginsel
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor tandartskosten in Turkije, waaronder het trekken van tanden en het plaatsen van implantaten en kronen. Het college wees de aanvraag af op grond van het territorialiteitsbeginsel uit artikel 11 van Pro de Participatiewet, omdat de kosten niet aan Nederland zijn verbonden.
Appellant stelde dat er zeer dringende redenen waren om toch bijstand te verlenen en dat het college een medisch deskundige had moeten inschakelen. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde van de gevolgen voor zijn gezondheid bij het niet verlenen van bijstand. De algemene informatie over parodontitis was onvoldoende om een acute noodsituatie aan te tonen.
Verder wees de Raad het beroep af dat appellant recht had op een dwangsom wegens een onzorgvuldig besluit op bezwaar, omdat het college tijdig een besluit had genomen. Het hoger beroep werd daarmee ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijzondere bijstand en de weigering van de dwangsom bleven in stand.
Uitkomst: De afwijzing van de bijzondere bijstand voor tandartskosten in Turkije wordt bevestigd en appellant heeft geen recht op een dwangsom.