ECLI:NL:CRVB:2024:1920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd nadat hij zich ziek meldde met psychische klachten. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is, gebaseerd op medisch en arbeidskundig onderzoek, en weigerde de uitkering toe te kennen. Appellant betwistte dat de geselecteerde functies passend zijn vanwege zijn beperkingen, met name vanwege vermeende deadlines en productiepieken in die functies.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de functies passend zijn. In hoger beroep handhaaft de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelt dat het CBBS als ondersteunend systeem rechtsgeldig is en dat de gegevens geen deadlines of productiepieken bevatten die appellant niet aankan. Appellant slaagt er niet in de juistheid van deze gegevens voldoende te betwisten.
De Raad concludeert dat de weigering van de WIA-uitkering terecht is en bevestigt de eerdere uitspraak. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding. De beslissing is genomen na behandeling van het hoger beroep en is in het openbaar uitgesproken op 4 september 2024.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.