ECLI:NL:CRVB:2024:1837
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake een socialezekerheidszaak tegen het UWV. Tijdens de procedure nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming in de kosten kan worden veroordeeld. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten voor bezwaar, beroep en hoger beroep, begroot op € 5.185,50, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 182.
De uitspraak werd gedaan door T. Dompeling namens de Centrale Raad van Beroep op 25 september 2024. Het bestuursorgaan is volledig tegemoetgekomen aan de bezwaren, waardoor de procedure kon worden beëindigd met een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellant na volledige tegemoetkoming.