ECLI:NL:CRVB:2024:1820
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- L.M. Tobé
- Y. Sneevliet
- B. Serno
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens ontbreken duurzame band met Nederland
Appellante, geboren in Nederland met de Nederlandse nationaliteit, ontving kinderbijslag voor haar twee kinderen die sinds 2017 in Marokko wonen bij hun vader. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde een onderzoek in naar het ingezetenschap van appellante vanwege twijfels over haar duurzame band met Nederland.
Op basis van het handhavingsrapport en andere gegevens besloot de Svb dat appellante vanaf het tweede kwartaal van 2022 geen recht meer heeft op kinderbijslag omdat zij op de peildatum 1 april 2022 geen duurzame persoonlijke band met Nederland had. De rechtbank Rotterdam bevestigde dit besluit en verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel ingezetene was, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de feiten, waaronder langdurig verblijf in Marokko, het wonen van haar echtgenoot en kinderen daar, en het ontbreken van een duurzame band met Nederland, dit niet ondersteunen. De Raad stelde vast dat de omstandigheden onvoldoende waren om een duurzame band met Nederland aan te nemen.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en bleef het besluit van de Svb in stand. Appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 september 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot weigering van kinderbijslag blijft in stand.