ECLI:NL:CRVB:2024:1817
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag ANW-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten en onredelijkheid
Appellante, weduwe van een in Marokko overleden echtgenoot, verzocht herhaaldelijk om toekenning van een ANW-uitkering. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees dit af omdat de echtgenoot op het moment van overlijden niet verzekerd was voor de ANW, noch volgens Nederlandse noch Marokkaanse wetgeving.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante niet-ontvankelijk wegens het niet betalen van griffierecht. Later werd een herzieningsverzoek afgewezen omdat appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd en het besluit niet onmiskenbaar onjuist was.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beslissing. De Raad oordeelde dat appellante geen recht heeft op een nabestaandenuitkering omdat haar echtgenoot niet verzekerd was en ook niet vrijwillig verzekerd was. De financiële situatie van appellante leidt niet tot een ander oordeel.
De Raad concludeerde dat de afwijzing van de herhaalde aanvraag terecht is en niet evident onredelijk. Het hoger beroep wordt afgewezen, en appellante krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum op 18 september 2024.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het hoger beroep af en bevestigt de afwijzing van de herhaalde aanvraag voor een ANW-uitkering.