ECLI:NL:CRVB:2024:1796
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting AOW-pensioen wegens niet-verzekerde jaren na onderzoek verblijfplaatsen
Appellant ontving vanaf 1 mei 2020 een AOW-pensioen met een korting van 48-50% wegens 24-25 niet-verzekerde jaren. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde vast dat appellant niet op de adressen verbleef waar hij stond ingeschreven, wat werd ondersteund door onderzoek waaruit bleek dat adressen als postadressen werden gebruikt. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste bestreden besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede bestreden besluit ongegrond, waarbij de Svb voldoende had gemotiveerd waarom de korting terecht was.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel verzekerd zou zijn geweest en dat de rechtbank ten onrechte oordeelde over het tweede besluit. De Raad concludeerde dat de Svb terecht was afgeweken van de inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) en dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor een ander verblijf. Ook werd geoordeeld dat appellant voldoende gelegenheid had gekregen om te reageren op de gewijzigde motivering van de Svb.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de korting van 50% op het AOW-pensioen terecht is toegepast. Tevens werd het verzoek van appellant om als zwerver behandeld te worden zonder consequenties gelaten. Het hoger beroep werd afgewezen en appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de korting van 50% op het AOW-pensioen terecht is toegepast wegens onvoldoende bewijs van verblijf op ingeschreven adressen.