ECLI:NL:CRVB:2024:1762
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E. Dijt
- D.S. de Vries
- B. Serno
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Uwv om hem geen WIA-uitkering toe te kennen omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Hij stelde dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was en dat zijn beperkingen, met name de urenbeperking door een stoma en psychische problematiek, onvoldoende waren erkend. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de stomazorg meer tijd kost dan door het Uwv aangenomen en dat de verzekeringsartsen onvoldoende rekening hielden met zijn medische situatie. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is verricht, dat de verzekeringsartsen de medische informatie adequaat hebben betrokken en dat de door het Expertise Instituut voorgestelde grotere urenbeperking niet medisch onderbouwd is.
De Raad stelt vast dat de belasting van de door het Uwv geselecteerde functies niet de mogelijkheden van appellant overschrijdt en dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht is vastgesteld op minder dan 35%. Omdat de arbeidsongeschiktheid onder de 80% ligt, is een beoordeling van de duurzaamheid niet aan de orde. Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.