ECLI:NL:CRVB:2024:1759
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 50,93% in WIA-uitkering
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid door het UWV op 50,93% per 8 september 2022, stellende dat zij meer beperkingen heeft dan aangenomen en de geselecteerde functies niet kan vervullen. De rechtbank heeft het bezwaar ongegrond verklaard en het UWV-onderzoek als zorgvuldig beoordeeld.
In hoger beroep herhaalt appellante haar standpunt en voert aan dat haar ziekteverloop, waaronder de ziekte van Ménière en psychische klachten, onvoldoende is meegewogen en dat zij per juni 2023 in aanmerking is gekomen voor een IVA-uitkering. De Raad volgt dit niet, omdat de medische situatie op de datum in geding niet de beperkingen rechtvaardigt die zij stelt en de verslechtering pas daarna is opgetreden.
De Raad concludeert dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid correct heeft vastgesteld op basis van een zorgvuldige verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige beoordeling. De geselecteerde functies zijn medisch geschikt voor appellante. Het hoger beroep wordt verworpen en de WIA-uitkering blijft ongewijzigd.
Uitkomst: De vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 50,93% door het UWV wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.