ECLI:NL:CRVB:2024:1646
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag AOW-pensioen wegens ontbreken nieuwe feiten en onvoldoende verzekeringsduur
Appellante heeft herhaaldelijk verzocht om toekenning van een AOW-pensioen, maar de Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft deze aanvragen steeds afgewezen omdat zij niet verzekerd is geweest en de periode waarin haar echtgenoot verzekerd was korter dan één jaar betrof.
De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. Appellante stelde dat haar echtgenoot vijf jaar in Nederland had gewerkt, maar kon dit niet onderbouwen. De Centrale Raad van Beroep heeft in hoger beroep geoordeeld dat appellante niet voldoet aan de voorwaarden voor het recht op AOW-pensioen, aangezien zij nooit in Nederland heeft gewoond of gewerkt en het huwelijkstijdvak korter dan één jaar is.
De Raad overweegt dat de Svb het besluit terecht niet heeft herzien omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn aangevoerd. Ook is het bestreden besluit niet evident onredelijk. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: De herhaalde aanvraag om AOW-pensioen wordt afgewezen omdat appellante niet voldoet aan de verzekeringsvoorwaarden en geen nieuwe feiten heeft aangevoerd.