ECLI:NL:CRVB:2024:1514
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep wegens ontbreken instemming erfgenamen na overlijden appellante
Appellante, bekend met dementie en beperkingen na een herseninfarct, had een aanvraag voor een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) ingediend bij Stichting Menzis Zorgkantoor. Deze aanvraag werd op 9 maart 2021 afgewezen. Na bezwaar bleef Menzis bij de afwijzing. De rechtbank Overijssel verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit.
Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Tijdens de procedure overleed zij op 17 juli 2023. De gemachtigde gaf aan dat een persoon de procedure wilde voortzetten, maar de Raad voor de Rechtspraak stelde vast dat niet alle erfgenamen hiermee instemden. Hierdoor verviel het procesbelang van appellante.
Op de zitting van 13 juni 2024 werd dit besproken en de Raad oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard. De Raad heeft het hoger beroep niet inhoudelijk beoordeeld en wees proceskosten en griffierecht af. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 25 juli 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken instemming van alle erfgenamen na overlijden appellante.