Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Samenvatting
Inleiding
Wajong-uitkering teruggevorderd.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft sinds 1978 een Wajong-uitkering ontvangen. In 2007 heeft het UWV besloten de uitkering te beëindigen en terug te vorderen vanwege inkomsten uit arbeid en een lagere arbeidsongeschiktheidsbeoordeling. Appellant heeft bezwaar gemaakt en beroep ingesteld, maar deze werden afgewezen. In 2018 verzocht appellant om terug te komen op deze besluiten, wat het UWV afwees wegens het ontbreken van nieuwe feiten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de aangevoerde gronden geen nieuwe feiten of omstandigheden vormden. Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV en de rechtbank onvoldoende rekening hielden met zijn bewijs en dat het UWV ten onrechte stelde dat hij sinds 1999 geen uitkering meer ontving.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het verzoek om terug te komen op besluiten alleen kan slagen bij nieuwe feiten of omstandigheden die niet eerder konden worden aangevoerd. De Raad concludeerde dat appellant geen nieuwe feiten had ingebracht en onderschreef de motivering van de rechtbank. Het hoger beroep werd verworpen, de eerdere uitspraak bevestigd en het verzoek om terug te komen op de besluiten bleef afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek om terug te komen op de besluiten uit 2007 blijft afgewezen.