ECLI:NL:CRVB:2024:1426
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing kinderbijslag wegens ontbreken duurzame persoonlijke band met Nederland
Appellante vroeg op 3 augustus 2022 kinderbijslag aan voor het derde kwartaal van 2022. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees deze aanvraag op 8 augustus 2022 af omdat appellante op 1 juli 2022, de peildatum, geen duurzame persoonlijke band met Nederland had. Het bezwaar van appellante werd op 19 september 2022 ongegrond verklaard. De rechtbank Rotterdam bevestigde deze beslissing op 18 oktober 2023.
Appellante stelde dat zij wel een duurzame persoonlijke band met Nederland had, maar de Raad oordeelde dat dit niet het geval was. Op de peildatum verbleef zij slechts ongeveer twee weken in Nederland, had geen eigen woonruimte en verbleef bij kennissen. Zij had geen werk en haar zoon volgde geen onderwijs. Hoewel zij en haar zoon waren uitgeschreven uit Curaçao en de intentie hadden om te blijven, is volgens vaste rechtspraak van de Raad de intentie alleen onvoldoende voor het aannemen van ingezetenschap.
De Nederlandse nationaliteit van appellante en haar zoon veranderde hieraan niets, omdat het criterium voor kinderbijslag het hebben van een duurzame persoonlijke band met Nederland is. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het beroep ongegrond.
Uitkomst: De aanvraag voor kinderbijslag over het derde kwartaal van 2022 wordt afgewezen wegens het ontbreken van een duurzame persoonlijke band met Nederland op de peildatum.