ECLI:NL:CRVB:2024:1424
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kostenvergoeding bijzondere bijstand bewindvoering
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam over bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten over de periode van 1 januari 2019 tot en met 28 april 2019. Tijdens de procedure werd de bijzondere bijstand alsnog toegekend door het college na een ingebrekestelling wegens het niet volledig beslissen op de oorspronkelijke aanvraag van 18 december 2018.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college niet is tegemoetgekomen aan het hoger beroep, omdat het besluit over de ontbrekende periode een beslissing op een eerdere aanvraag betreft die niet in hoger beroep lag. De gemaakte kosten voor het indienen van een nieuwe aanvraag worden niet als redelijk beschouwd, omdat de professionele bewindvoerder het college eerder had moeten wijzen op de onvolledige beslissing.
Daarmee is geen sprake van kosten die redelijkerwijs gemaakt zijn in verband met de behandeling van het beroep, zodat het verzoek om kostenvergoeding wordt afgewezen. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 2 juli 2024.
Uitkomst: Het verzoek om kostenvergoeding wordt afgewezen omdat de gemaakte kosten niet redelijk waren en het college niet in hoger beroep is tegemoetgekomen.