ECLI:NL:CRVB:2024:1418
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellant heeft per 3 mei 2021 een Ziektewetuitkering aangevraagd vanwege psychische klachten, maar het UWV heeft deze geweigerd omdat hij geschikt werd geacht voor zijn eigen werk. De rechtbank Gelderland heeft deze weigering bevestigd na een zorgvuldig medisch onderzoek, waarbij is vastgesteld dat appellant geen nieuwe medische feiten had die zijn arbeidsongeschiktheid aantonen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat de bewijslast ten onrechte bij hem werd gelegd. Hij stelde dat verzekeringsartsen niet voldeden aan de standaard onderzoeksmethoden en dat relevante medische informatie niet werd meegewogen. De Raad oordeelt echter dat het dossieronderzoek adequaat was en dat appellant onvoldoende medische stukken heeft overgelegd die zijn stelling ondersteunen.
De Raad benadrukt dat volgens de Ziektewet recht op uitkering alleen bestaat bij ongeschiktheid voor het laatst verrichte werk als rechtstreeks medisch gevolg van ziekte. Appellant was op de datum van ziekmelding niet onder behandeling en gebruikte geen medicatie. De medische rapporten en hoorzitting bevestigen dat hij geschikt was voor zijn werk. Het verzoek om benoeming van een deskundige wordt afgewezen omdat er geen twijfel bestaat over de medische beoordeling.
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt het bestreden besluit. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding. Hiermee blijft de weigering van de Ziektewetuitkering in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering omdat appellant geschikt is voor zijn eigen werk.