Uitspraak
14 december 2023, 23/2913
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland in een zaak betreffende de WIA. De Centrale Raad van Beroep heeft appellante tweemaal schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid en de betalingstermijn van het griffierecht van €136,-. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan.
De Raad oordeelt dat appellante in verzuim is en dat het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een inhoudelijke behandeling van de zaak of een proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen zonder verder onderzoek, conform de toepasselijke bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door rechter C. Karman in aanwezigheid van griffier A. Giesen en op 11 juli 2024 in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.