ECLI:NL:CRVB:2024:1407
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond verklaard tegen onbevoegdheidsuitspraak inzake hoger beroep in verzetzaak
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 27 juni 2023 zich kennelijk onbevoegd verklaard omdat op grond van artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht geen hoger beroep mogelijk is tegen een uitspraak van de rechtbank in een verzetzaak.
Appellant heeft verzet aangetekend tegen deze onbevoegdheidsuitspraak en aangevoerd dat de Raad wel bevoegd was en dat de Raad ten onrechte geen oordeel heeft gegeven over zijn betwisting van betalingsonmacht en de redelijkheid van de termijn voor het voldoen van het griffierecht. Tevens stelde appellant dat hij niet tijdig de eerste nota heeft ontvangen, waardoor hij onvoldoende tijd had om het griffierecht te voldoen en tijdig een beroep op betalingsonmacht te doen.
De Raad overweegt dat artikel 8:104, tweede lid, Awb het hoger beroep tegen een verzetsuitspraak uitsluit, tenzij sprake is van een zodanig ernstige schending van de procesorde of fundamentele rechtsbeginselen dat een eerlijke en onafhankelijke behandeling niet meer kan worden gegarandeerd. De door appellant aangevoerde argumenten zijn een herhaling van eerdere stellingen en bieden geen grond voor een dergelijke ernstige schending.
Daarom wordt het verzet ongegrond verklaard. Het betaalde griffierecht wordt aan appellant terugbetaald en er worden geen proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter J.C. Boeree op 24 mei 2024.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het betaalde griffierecht wordt terugbetaald.