ECLI:NL:CRVB:2024:1404
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant diende verzet in tegen deze beslissing en voerde aan dat zijn rechten werden geschonden, onder meer vanwege betalingsonmacht en een beroep op artikel 6 EVRM Pro.
De Raad heeft het verzet behandeld en geoordeeld dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die het niet betalen van het griffierecht kunnen rechtvaardigen. De eerdere afwijzing van het beroep op betalingsonmacht blijft van kracht. Het beroep op schending van artikel 6 EVRM Pro en partijdigheid vanwege het heffen van griffierecht wordt verworpen op basis van vaste jurisprudentie.
De Raad concludeert dat het griffierecht terecht is geheven en dat er geen sprake is van partijdigheid. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van griffierecht wordt ongegrond verklaard.