ECLI:NL:CRVB:2024:1381
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding in maart 2020 en werd door het UWV afgewezen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Een arts en arbeidsdeskundige van het UWV stelden beperkingen vast en selecteerden passende functies. Appellante betwistte dit en voerde aan dat zij meer beperkingen heeft dan vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, ook in bezwaar, waarbij een verzekeringsarts meer beperkingen aannam maar zonder noodzaak tot spreekuurcontact. Appellante verscheen niet bij de zitting van de Raad en herhaalde haar bezwaren zonder nieuwe medische onderbouwing.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt dat het UWV terecht de WIA-uitkering heeft geweigerd. Het hoger beroep wordt verworpen en appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan op 10 juli 2024.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.