ECLI:NL:CRVB:2024:1344
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant heeft meerdere keren een Wajong-uitkering aangevraagd, waarbij het UWV telkens heeft geweigerd deze toe te kennen vanwege het ontbreken van nieuwe of andere medische informatie die aanleiding zou geven tot een herbeoordeling. De rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde dat het UWV het toetsingskader van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) moet hanteren en dat het bestreden besluit op een onjuiste wettelijke grondslag berustte, maar dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand konden blijven omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren.
In hoger beroep betoogde appellant dat het toetsingskader van de AAW op zich al een nieuw feit is en dat er sprake is van een evident onredelijk besluit. Hij overhandigde nieuwe medische informatie van een GZ-psycholoog, die volgens hem een knik in zijn belastbaarheid op jonge leeftijd aantoont. Het UWV handhaafde haar standpunt dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd in de zin van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De Raad oordeelt dat het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van februari 2024 voldoende onderbouwing biedt waarom de nieuwe informatie niet leidt tot een ander medisch oordeel. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot toekenning van de Wajong-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot toekenning van de Wajong-uitkering blijft in stand.