ECLI:NL:CRVB:2024:1343
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste uitvoering derdenbeslag op Wajong-uitkering door UWV
Appellant maakte bezwaar tegen de inhouding van een deel van zijn Wajong-uitkering vanwege een executoriaal derdenbeslag gelegd door de Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders namens de Dienst Uitvoering Onderwijs. Het UWV hield een bedrag boven de beslagvrije voet in en droeg dit af aan de beslaglegger. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en stelde vast dat het UWV binnen het beslagkader handelde.
Appellant stelde in hoger beroep dat de beslagvrije voet niet juist was toegepast, dat het incassobureau zich niet aan termijnen hield en dat het volledige bedrag ten onrechte op hem werd verhaald. Ook stelde hij dat de rechter partijdig was en dat het UWV zijn bezwaar te snel had afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de bestuursrechter niet bevoegd is om de geldigheid of omvang van het beslag te toetsen en dat het UWV gehouden was medewerking te verlenen aan het beslag. De Raad bevestigde dat het UWV binnen het beslagkader heeft gehandeld en verwierp het hoger beroep.
De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, het derdenbeslag blijft in stand en appellant krijgt het betaalde griffierecht niet terug.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitvoering van het derdenbeslag blijft in stand.