Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was het niet eens met het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam tot terugvordering van loonbelasting en premies volksverzekering over de periode februari tot en met oktober 2019. Na bezwaar handhaving en een bestreden besluit werd het beroep door de rechtbank ongegrond verklaard.
Appellant stelde hoger beroep in, maar het college deelde mee dat partijen een schikking hadden getroffen, waarbij appellant op 24 januari 2023 akkoord ging met het voorstel en het college uitvoering gaf aan de schikking. Ondanks oproep verscheen appellant niet op de zitting van 21 mei 2024.
De Raad oordeelde dat appellant geen voldoende procesbelang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep, omdat het geschil door de schikking is beëindigd. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en kreeg appellant geen proceskostenvergoeding of terugbetaling van griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na schikking.