ECLI:NL:CRVB:2024:1193
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening besluit intrekking AIO-aanvulling wegens vermeende discriminatie
Appellanten ontvingen een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) die per 24 juli 2015 werd beëindigd vanwege langdurig verblijf in het buitenland. Na een nieuwe aanvraag in december 2016 stelde de Sociale verzekeringsbank (Svb) een vermogensonderzoek in, waaruit bleek dat appellant eigenaar was van twee woningen in Turkije. Op grond hiervan trok de Svb met besluiten van 5 oktober 2017 de AIO-aanvulling terug over de periode februari 2007 tot en met september 2017 en vorderde de betaalde bedragen terug.
Appellanten verzochten in 2021 om terug te komen op deze besluiten, maar dit verzoek werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten dat het vermogensonderzoek discriminerend was, omdat het gericht was op AIO-gerechtigden met een buitenlands land van herkomst.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het onderzoek niet projectmatig was, maar gebaseerd op een concreet feit in het individuele geval: de eigendom van een woning in het buitenland, zoals aangegeven op het aanvraagformulier. Er is geen feitelijke grondslag voor de stelling dat sprake is van discriminatie. Het beleid van de Svb is juist toegepast en de afwijzing van het verzoek om herziening is niet evident onredelijk. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de besluiten blijven in stand.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op de besluiten tot intrekking en terugvordering van de AIO-aanvulling wordt afgewezen en de besluiten blijven in stand.