ECLI:NL:CRVB:2024:1184
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen WIA-uitkering wegens te late indiening
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen een loongerelateerde WGA-uitkering die het UWV aan hem heeft toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 41,03%. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het bezwaarschrift niet tijdig was ingediend. Appellant stelde het bezwaar op 29 september 2022 per post te hebben verzonden, maar het UWV ontving dit niet. Pas op 18 oktober 2022 ontving het UWV het bezwaarschrift via fax, wat te laat was aangezien de termijn tot 13 oktober 2022 liep.
De rechtbank Den Haag oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het bezwaarschrift tijdig was verzonden en verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het besluit over zijn arbeidsongeschiktheid inhoudelijk beoordeeld moest worden en verwees naar eerdere correspondentie over de termijnoverschrijding.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard. De Raad benadrukt dat bij niet-aangetekende verzending de verzender moet aantonen dat het stuk tijdig is verzonden, wat appellant niet heeft gedaan. Hierdoor blijft het besluit van het UWV in stand en is er geen ruimte voor inhoudelijke beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de WIA-uitkering is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening, en het besluit blijft in stand.