ECLI:NL:CRVB:2024:1110
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging mate arbeidsongeschiktheid 36,73% en afwijzing schadevergoeding WIA-uitkering
Appellant, die zich ziek meldde met psychische klachten, kreeg van het UWV een WIA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 37,17%, later bij bezwaar vastgesteld op 36,73%. Appellant betwistte deze vaststelling en stelde dat hij meer beperkingen heeft en aanspraak maakt op een hogere uitkering.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was. De verzekeringsarts concludeerde dat appellant geen ernstige cognitieve of functionele beperkingen heeft die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn paranoïde schizofrenie ernstiger beperkingen met zich meebrengt en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige en schadevergoeding. De Raad volgde dit niet en bevestigde dat het UWV voldoende en inzichtelijk heeft gemotiveerd dat appellant passende functies kan vervullen en dat er geen sprake is van volledige arbeidsongeschiktheid.
Het hoger beroep werd afgewezen, de vaststelling van 36,73% arbeidsongeschiktheid bleef in stand en het verzoek om schadevergoeding werd geweigerd.
Uitkomst: De vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid op 36,73% wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.