ECLI:NL:CRVB:2023:982
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op schadevergoeding bij niet tijdig beslissen over kinderbijslag
De Sociale verzekeringsbank (Svb) beëindigde het recht op kinderbijslag van appellant vanaf het derde kwartaal van 2020, maar keerde dit later alsnog uit na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep over het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang en wees het verzoek om schadevergoeding af. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De Raad overweegt dat appellant geen belang meer heeft bij een oordeel over het niet tijdig beslissen, aangezien de Svb het recht op kinderbijslag alsnog heeft toegekend en de maximale dwangsom heeft betaald. Het verzoek om vergoeding van proceskosten en immateriële schade wordt afgewezen omdat er geen bewijs is van ernstige inbreuk op de levenssfeer of discriminatie. Het verzoek om wettelijke rente wordt afgewezen vanwege het geringe bedrag onder de uitbetalingsdrempel.
Wel veroordeelt de Raad de Svb tot vergoeding van het griffierecht in beide instanties, omdat dit volgens de Awb verschuldigd is. De overige klachten worden verworpen, waarmee het hoger beroep grotendeels wordt afgewezen.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op schadevergoeding of proceskosten, maar de Sociale verzekeringsbank moet het griffierecht vergoeden.