Uitspraak
21 3555 ZW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
L.R. Kokhuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 mei 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig werknemer bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat, vorderde schadevergoeding omdat hij in 2001 ziek werd gemeld maar geen Ziektewet-uitkering ontving, waardoor hij inkomsten misliep en zijn woningen met verlies moest verkopen.
Het UWV wees het verzoek om schadevergoeding af wegens het ontbreken van onrechtmatig handelen en verjaring van de vordering. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant al in 2006 bekend was met de schade en aansprakelijke instantie.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn vordering en stelde dat de verjaring was gestuit door contacten in 2006 en pas in 2018 duidelijk werd dat het UWV aansprakelijk was. De Raad oordeelde dat de verjaringstermijn van vijf jaar was verstreken en appellant niet had aangetoond dat de verjaring tijdig was gestuit.
Daarmee is het beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen sprake van onrechtmatig handelen door het UWV en de schadevordering is verjaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen omdat de schadevordering is verjaard en er geen onrechtmatig handelen door het UWV is vastgesteld.