ECLI:NL:CRVB:2023:91
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Volgens artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is griffierecht verschuldigd bij het indienen van een beroepschrift en hoger beroep. Appellante is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €136,- binnen een gestelde termijn.
Ondanks deze aanmaningen heeft appellante het griffierecht niet tijdig voldaan. Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het griffierecht, maar erkent daarin geen betalingsonmacht en betwist ook niet de hoogte van het griffierecht. De Raad oordeelt dat appellante daardoor in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Y. Sneevliet en griffier A.F. Hulskes op 17 januari 2023. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.