ECLI:NL:CRVB:2023:9
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering vanwege nystagmus en hartproblemen, maar het UWV stelde vast dat hij minder dan 25% arbeidsongeschikt is. De arbeidsdeskundige beoordeelde zijn arbeidsongeschiktheid op 0%, later bij bezwaar en beroep op 9,05%, wat onvoldoende is voor een uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische en arbeidskundige rapporten zorgvuldig waren opgesteld, waarbij ook rekening was gehouden met de klachten van appellant.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte niet alle gronden had besproken, met name over het minimumloon en de geschiktheid van geselecteerde functies. De Raad oordeelde dat de rechtbank deze punten adequaat had behandeld en dat de nieuwe argumenten van appellant te laat en onvoldoende onderbouwd waren om heropening van het onderzoek te rechtvaardigen.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing is genomen door S.B. Smit-Colenbrander namens de Centrale Raad van Beroep op 4 januari 2023.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid.