ECLI:NL:CRVB:2023:872
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens ontbreken toename medische beperkingen
Appellant was sinds 2006 arbeidsongeschikt en ontving een WIA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2016 werd zijn uitkering beëindigd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. In 2017 meldde appellant een verslechtering van zijn gezondheid, maar het UWV stelde vast dat er geen toename van beperkingen was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was.
In hoger beroep stelde appellant dat het onderzoek onzorgvuldig was, onder meer vanwege het ontbreken van een tolk bij de expertise, en dat hij recht had op een IVA-uitkering. De Raad toetste de zorgvuldigheid, het gelijkheidsbeginsel en de inhoudelijke beoordeling. De Raad vond geen schending van het gelijkheidsbeginsel en bevestigde dat de medische beoordeling juist was.
De Raad concludeerde dat er geen toename van beperkingen was en dat een arbeidskundige beoordeling niet aan de orde was. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen; geen recht op WIA-uitkering wegens ontbreken toename medische beperkingen.