ECLI:NL:CRVB:2023:817
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herwaardering functie en toekenning hogere rang bij CZSK
Appellant verzocht om herwaardering van zijn functie bij het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) en toekenning van een hogere rang, gelijk aan die bij andere krijgsmachtonderdelen. Dit verzoek werd door de staatssecretaris afgewezen, waarna appellant bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en vastgesteld dat de functie van appellant bij CZSK gewaardeerd is op een lager niveau dan bij andere krijgsmachtonderdelen, hoewel de rangen gelijk zijn. Bij eerdere bevorderingen van collega’s waren fouten gemaakt, maar het bestuursorgaan is niet verplicht deze fouten te herhalen op grond van het gelijkheidsbeginsel.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt eveneens, omdat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij gerechtvaardigde verwachtingen mocht hebben dat hem de hogere rang zou worden toegekend. Bovendien weegt het algemeen belang van een juiste toepassing van regelgeving zwaarder dan het individuele belang van appellant.
De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waardoor het verzoek van appellant wordt afgewezen. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het verzoek om herwaardering van de functie en toekenning van een hogere rang wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.