ECLI:NL:CRVB:2023:756
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening niet-ontvankelijk wegens te late betaling griffierecht
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht. Vervolgens werd het verzet tegen deze beslissing ongegrond verklaard. Een eerder verzoek om herziening werd afgewezen omdat het griffierecht niet binnen de vier weken termijn was betaald.
Op 10 juni 2022 diende verzoekster opnieuw een verzoek om herziening in en betaalde het griffierecht, maar wederom niet binnen de gestelde termijn. De Raad oordeelt dat verzoekster in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die aantonen dat zij niet in verzuim was. Daarom is het verzoek om herziening niet-ontvankelijk verklaard.
Het te laat betaalde griffierecht wordt aan verzoekster terugbetaald en er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 april 2023.
Uitkomst: Het verzoek om herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht.