ECLI:NL:CRVB:2023:703
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring verzoek om herziening wegens niet-betaling griffierecht
Verzoekster had een verzoek om herziening ingediend tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, maar dit verzoek werd op 16 december 2021 niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet betalen van het griffierecht. Verzoekster diende vervolgens verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De Raad stelde vast dat het verzetschrift te laat was ingediend, namelijk op 15 maart 2022, terwijl de uiterste datum 27 januari 2022 was.
De Raad heeft verzoekster tweemaal schriftelijk verzocht om een reden voor de termijnoverschrijding, maar zij heeft niet gereageerd. Hierdoor oordeelde de Raad dat het verzet niet ontvankelijk moest worden verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat geen aanleiding daarvoor was.
De uitspraak werd gedaan door J.C. Boeree, in aanwezigheid van griffier K.M. Geerman, en uitgesproken in het openbaar op 14 april 2023.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om herziening wordt niet ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn.